Bijzonder onderwijs






Elk
kind of jongere met specifieke noden tussen 2,5 en 21 jaar kan
onderwijs genieten op maat van zijn/haar specifieke noden en
pedagogische mogelijkheden.







In
de Duitstalige gemeenschap bestaat dit enkel voor kinderen vanaf 3
jaar.





Kleuter-
en lager onderwijs





Het
buitengewoon kleuteronderwijs is voor kinderen van 2,5 jaar tot
maximum 7 jaar. Kinderen vanaf 6 tot maximum 14 jaar kunnen naar het
buitengewoon lager onderwijs (BLO). Het BLO wordt niet in leerjaren
georganiseerd, maar in niveaus (stadia) van ontwikkeling.




Een
kind komt niet automatisch in het BLO terecht. Sommige kinderen met
een bepaalde moeilijkheden gaan naar een “gewone” school en
krijgen aangepaste hulp binnen of buiten de school.




Het
is aan het PMS om te bepalen welk type onderwijs het kind moet
krijgen. Er zijn 8 types in het bijzonder onderwijs, in functie van
de handicap:




type
1: voor kinderen met een licht mentale handicap type 2: voor
kinderen met een matig of ernstig mentale handicap type 3: voor
kinderen met ernstige emotionele en/of gedragsproblemen type 4:
voor kinderen met een lichamelijke handicaptype 5: voor kinderen
die opgenomen zijn in een ziekenhuis of op medische gronden
verblijven in een preventoriumtype 6: voor kinderen met een
visuele handicap type 7: voor kinderen met een auditieve handicap
type 8: voor kinderen met ernstige leerstoornissen 




Opmerking :
type 8 bestaat niet in het kleuter- en secundair onderwijs.





Secundair
onderwijs





Het
buitengewoon secundair onderwijs (BuSO) is verdeeld in 4
opleidingsvormen in functie van het niveau van de sociale autonomie
van de jongere:




Vorm
1: Sociale aanpassing




Vorm
2: Sociale aanpassing en arbeidstraining




Vorm
3: Beroepsonderwijs







Vorm
4: Algemeen beroeps, kunst en technisch onderwijs (deze vorm behaalt
bijna het niveau van het gewone onderwijs)





















Ook
hier bepaalt het CLB aan de hand van multidisciplinaire testen welke
vorm gevolgd moet worden.






Update: 23 08 2006